Veelbelovende leefstijlinterventies stranden regelmatig in tijdelijke projecten, omdat niet altijd voldoende bewezen kan worden dat ze (kosten)effectief zijn. Om bewijs te vergaren, is wetenschappelijk onderzoek nodig. Maar de gebruikelijke wetenschappelijke onderzoeksdesigns werken niet altijd voor leefstijlinterventies.

Daarom maakte de Coalitie Leefstijl in de Zorg de handreiking onderzoeksdesigns voor leefstijlonderzoek. Judith Jelsma, senior onderzoeker aan het Amsterdam UMC legt uit wat wel en niet werkt: “Zorg dat je aan het begin van je project al een goed plan hebt. Dat levert later veel tijdswinst op.”

Judith Jelsma heeft als onderzoeker veel ervaring met leefstijlgerelateerde projecten. Maar ook zij loopt regelmatig aan tegen de beperkingen van wetenschappelijk onderzoek. Een voorbeeld is het LOFIT-onderzoeksproject. Dit is een onderzoek naar de (kosten)effectiveit van de leefstijlloketten in Amsterdam UMC, UMC Groningen en het Ommelander Ziekenhuis Groningen. Jelsma startte in 2020 met het onderzoeksproject. Oorspronkelijk was het idee om een implementatiestudie te doen, om te kijken naar de effecten van het leefstijlloket op de gezondheid van de patiënten en hoe verschillende partijen de zorg ervaren. Toen het onderzoeksvoorstel werd ingediend bij ZonMw werd als voorwaarde gesteld dat er een randomized controlled trial (RCT) zou worden uitgevoerd, de gouden standaard op onderzoeksgebied. “Dat betekende dat we een onderzoeksgroep én controlegroep moesten inrichten”, zegt Jelsma. “Dat maakte het een stuk ingewikkelder.”

Ze legt uit: “Bij een RCT deel je mensen gerandomiseerd in twee groepen in. Maar waar je normaal in de controlegroep een placebo geeft, kan dat hier niet. Patiënten krijgen immers óf begeleiding van het leefstijlloket óf niet. Uiteraard gaan de patiënten uit de controlegroep ook gewoon verder met leven. Misschien is er, naar aanleiding van het gesprek met de zorgverlener, alsnog een knop omgegaan en gaan ze zelf aan de slag met hun leefstijl. Daar hebben we als onderzoekers geen invloed op.”

Bewijskracht verzamelen

Het feit dat patiënten gerandomiseerd werden ingedeeld, maakte de werving van deelnemers erg lastig. “Mensen zeiden: ik wil graag de begeleiding van het leefstijlloket, als er een kans is dat ik in de controlegroep kom, doe ik niet mee. Daarnaast vroegen we ook best veel van de patiënten in de controlegroep, we deden regelmatig metingen en vroegen hen lange vragenlijsten in te vullen.”
Door deze complicerende factor viel uiteindelijk 50% van de patiënten uit en duurde het twee keer zo lang om voldoende deelnemers te werven.

De patiënten die wel meededen, gaven aan dat ze dit deden uit motivatie om leefstijlonderzoek verder te helpen. Jelsma: “We zeiden ook altijd: we moeten eerst bewijskracht verzamelen voor deze interventie. Daarmee kunnen we heel veel andere mensen helpen. Daarnaast hebben we de patiënten uit de controlegroep op een wachtlijst geplaatst, zodat ze, na afloop van het onderzoek, alsnog geholpen worden door het leefstijlloket.”

Het hele plaatje

Naast onderzoek naar de gezondheidseffecten op de patiënten, wordt in het LOFIT-project ook gekeken naar de kosteneffectiveit. Zo wordt in kaart gebracht welke zorg de patiënt heeft kunnen vermijden en of en hoeveel de arbeidsproductiviteit is gestegen door een gezondere leefstijl. Ook volgt er een procesevaluatie: wat zijn de belemmeringen in de samenwerking, wat kunnen we daarvan leren? “We kijken naar het hele plaatje.”

De resultaten van het LOFIT-project worden dit najaar gepubliceerd. Terugkijkend stelt Jelsma dat de onderzoeksopzet het LOFIT-project een stuk complexer heeft gemaakt. “Ik zeg altijd: wij doen het één keer en we doen het goed, maar ik zou deze onderzoeksmethode zeker niet aanraden voor andere leefstijlonderzoeken.”

Onderzoeksdesigns

Gelukkig zijn er veel andere onderzoeksdesigns die meer geschikt zijn voor leefstijlgerelateerde projecten. De Coalitie Leefstijl in de Zorg geeft hierop een toelichting in de handreiking onderzoeksdesigns voor leefstijlonderzoek. Met behulp van een beslisboom kunnen (toekomstig) onderzoekers het juiste type onderzoek kiezen.

Bij het selecteren van een specifiek onderzoeksdesign is het belangrijk om al tijdig te weten wat er nodig is om een interventie te laten slagen en vergoed te krijgen. “Daarvoor heb je al aan het begin van het project een goed plan nodig. Welke informatie hebben het Zorginstituut en verzekeraars nodig, om de resultaten te kunnen beoordelen? Het is goed om daarover al tijdig in gesprek te gaan.” Ook is het belangrijk om aan de voorkant al na te denken over het implementatieproces en de onderlinge samenwerking tussen alle partijen. “Hoe meer je van tevoren al uitdenkt, hoe makkelijker het in het vervolgproces wordt.”

Dataregister

Jelsma werkt inmiddels, naast het LOFIT-onderzoek, al aan twee nieuwe projecten. Een daarvan is het leernetwerk rondom leefstijlzorgloketten, waar ze andere ziekenhuizen helpt om leefstijlzorgloketten te implementeren. Daarnaast wordt er de komende jaren een Nationaal Dataregister opgezet, waardoor er op landelijk niveau een grote hoeveelheid data wordt verzameld over leefstijlgerelateerde aandoeningen en behandelingen. “Door landelijk dezelfde data uit te vragen en te registeren, creëeren we uniformiteit. Daarmee bieden we onderzoekers een grote bron aan data, die ze weer voor hun toekomstige onderzoeken kunnen gebruiken.”